Snel zoeken:
Hoe kon Paulus zeggen: 'Wie zijt gij, Here?'

Handelingen 9:5
Betreft: Hd 9: 5

Vraag:
Hoe kon Paulus zeggen: 'Wie zijt gij, Here?'
Waarom staat er in E 33: 11 tweemaal Here?

Antwoord:
Het woord 'Here' of 'Heer' in Hd. 9: 5 is in het Grieks 'Kurios' dat gebruikt werd als een aanspreektitel voor een meerdere. Zo werd door Festus over de keizer te Rome gesproken als 'de heer' of 'mijn heer'.
Wij spreken iemand aan met 'meneer' dat is een vervorming van 'mijn heer'. De gedachte aan iemand die boven je staat is daaruit verdwenen, het is een beleefdheidsbegroeting geworden. Maar oorspronkelijk sprak een mindere zijn meerdere daarmee aan. In vroeger tijden zei men dan niet 'Mijn heer', maar ' mijn here', zoals men ook zei 'vrouwe' in plaats van 'vrouw'. Die 'e' aan het eind heeft men in het spraakgebruik laten vallen, maar in de Bijbel is hij blijven staan als het om God of de Here Jezus ging.
Welnu, Paulus erkende in de Persoon die hem verschenen was iemand die boven hem stond en drukte dat uit met de woorden 'Wie zijt gij Heer'. Pas door het antwoord van de Heer kwam hij hij erachter wie de Persoon was die met hem sprak.
Omdat het hier de Heer Jezus betrof hebben de vertalers Here gezet in plaats van 'heer', andere vertalingen hebben gewoon 'Heer' staan.

In Ez 33: 11 worden twee verschillende woorden met Here en HERE weergegeven. Het eerste woord is 'adonaÔ' en dat is het Hebreeuwse woord voor 'heer' of 'meester'. Het tweede woord is JHWH ofwel de godsnaam waarvan we niet meer precies weten hoe die geschreven moet worden. De Statenvertalers hebben in navolging van de Septuaginta (de Griekse vertaling van het Oude Testament) de naam weergegeven met een titel, namelijk met het boven al genoemde woord 'Kurios', maar dat betekent net zo goed 'Heer'. Om nu het onderscheid te laten uitkomen schrijft men het ene woord met kleine letters (behalve de H) en het andere met allemaal hoofdletters.
Het zou eenvoudiger geweest zijn als men de godsnaam 'Jahwe' of iets dergelijks gebruikt had.